Beter is nog niet goed: de positie van vrouwen in de Nederlandse film- en televisiesector 2011-2020

Grootschalig onderzoek naar de positie van vrouwen in de film- en televisiesector wijst structurele ongelijkheid uit. Gezamenlijke inzet is nodig voor fundamentele verandering.

Afgelopen jaar namen stichting Vrouwen in Beeld en Universiteit Utrecht het initiatief voor een grootschalig onderzoek naar de vertegenwoordiging van vrouwen in de Nederlandse film- en televisiesector in Nederland. De resultaten van het onderzoek, getiteld Beter is nog niet goed, wijzen een structurele ongelijkheid uit tussen vrouwen en mannen in leidinggevende functies en hoofd- en bijrollen in de periode 2011-2020. Deze resultaten maken duidelijk dat voor een fundamentele verbetering van de positie van vrouwen binnen deze sector een gezamenlijk inzet van de sector nodig is.

Analyses wijzen ongelijkheid uit op bijna alle vlakken
Voor het onderzoek is over een periode van tien jaar (2011-2020) van bijna 2500 fictie- en documentaireproducties geteld hoeveel vrouwen en hoeveel mannen betrokken waren in leidinggevende functies en in hoofd- en bijrollen. Daarnaast zijn, waar mogelijk, gegevens verzameld over lengte, budgetten en type productie.

Er is in de afgelopen tien jaar een hele lichte verschuiving waar te nemen richting meer gelijkheid, maar over het geheel genomen hebben mannen (69,6%) een dominante positie in leidinggevende functies (heads of department) en in hoofd- en bijrollen ten opzichte van vrouwen (30,4%). Vrouwen zijn in alle functies, behalve research (voor documentaire), ondervertegenwoordigd.

Met name in de technische functies camera, montage, sound design en setgeluid domineren mannen. Het aandeel vrouwen ligt hier tussen 5,1% en 25,1%. Bij de functies productie, regie en scenario is ongeveer een derde vrouw. Bij production design is het aandeel vrouwen (45,6%) iets kleiner dan het aandeel mannen (54,4%). Alleen bij research (in het kader van dit onderzoek alleen onderzocht voor de documentaire producties) is het aandeel vrouwen (63,4%) groter dan het aandeel mannen (36,6%). Bij de hoofd- en bijrollen ligt het percentage vrouwen iets boven de 40%.

De ontwikkeling van de hoeveelheid vrouwen en mannen per functie in de periode 2011-2020 laat zien dat vrouwen in alle functies behalve production design en research in de gehele periode ondervertegenwoordiging zijn geweest.

Ook hebben de cijfers daarbij een terugkerend patroon blootgelegd; bij een toename van het aantal producties neemt ook de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen toe, en vrouwen profiteren minder en/of later van een toename van het productievolume dan mannen.

Analyse van de cijfers laat ook zien dat vrouwen een kleiner aandeel in hebben in fictieproducties dan in documentaireproducties, en dat vrouwen een kleiner aandeel hebben in langere en duurdere producties, zoals speelfilms en series, dan in de kortere en minder dure producties, zoals korte film en documentaires. Voor de meeste onderzochte functies geldt: hoe duurder en langer een productie, hoe minder vrouwen erbij betrokken zijn en hoe meer mannen.

**Errata: Hier vind je een aantal correcties m.b.t. het onderzoek.

Het onderzoek is financieel gesteund door het Nederlands Filmfonds, Cultureel Fonds Audiovisuele Producenten (CFAP), Creative Europe Desk NL en het ministerie van OCW. Data zijn geleverd door het Nederlands Film Festival (NFF), International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA), het Nederlands Filmfonds en het NPO Fonds.

Wil je meer weten over het onderzoek en de data? Neem dan contact op via info[a]vrouweninbeeld.nl

Een samenvatting van het onderzoek vind je hier.

Lees hier het gehele onderzoeksrapport
Home